Protestantisme (Calvinisme) – een inleiding

 

Het ontstaan van het Protestantisme

Het Protestantisme is ontstaan als afscheiding van het Rooms-katholicisme. Diverse mannen ontdekten dat er dingen niet klopten in de leer van Rome. En van daaruit is de hervorming ontstaan. Maarten Luther (1483 – 1546 na Chr.) is de meest bekende hervormer. Luther was Rooms-katholiek priester, en kwam door het lezen van de Romeinenbrief tot inkeer. Hij kwam erachter dat de Rooms-katholieke Kerk andere dingen leerde dan dat de Heere God in Zijn Woord deed [1]. Luther kwam uiteindelijk in opstand tegen de Rooms-katholieke gebruiken als bijvoorbeeld de aflaathandel. En daarvoor hing hij op 31 oktober 1517 op de kerkdeur te Wittenberg (Duitsland) 95 stellingen. Vanaf dat moment raakte de ontwikkeling in een versnelling, en er ontstond een grote beweging die zich afkeerde van het Roomse systeem. Men verwierp de Pauselijke autoriteit. Zo heeft Luther de volgende uitspraak gedaan:

‘Hoor dit, o Paus! Niet de meest heilige, maar de meest zondige. … Wie gaf jou de macht om jezelf boven God te verheffen? O, Heere Christus! Kijk hierop neer… Laat de Dag van het Oordeel komen, en de duivelsleugenaar te Rome vernietigen’ [2].

Men had het verlangen om de Bijbel alleen te volgen als het hoogste gezag. Uit de Reformatie is dan ook de Latijnse uitdrukking “Sola Scriptura” (= “alleen door de Schrift”) bekend. Men verwierp, in ieder geval in theorie, de redding door het doen van goede werken, zoals die bekend waren onder het Roomse systeem. Men verwierp de Maria- en heiligenverering, het vergeven van zonden door de priester, de eucharistieviering en een groot deel van de Rooms-katholieke sacramenten. Andere namen die bekend zijn als hervormer, zijn bijvoorbeeld Ulrich Zwingli (1484 – 1531 na Chr.) en Johannes Calvijn (1509 – 1564 na Chr.). 

Uit deze beweging zijn de diverse Protestantse kerken ontstaan, waar nu de PKN, de Hersteld Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten, de Nederlandse Gereformeerde Kerken; de Christelijk Gereformeerde Kerken, en nog enkele andere kerken onder vallen. Baptisten worden vaak onder het Protestantisme gerekend. En ja, er zijn bepaalde kerken, die zich Baptist noemen, en die weer als afscheiding uit de Protestantse kerken ontstaan zijn. Maar van oorsprong zijn Baptisten niet Protestants. Zij kennen geen kinderdoop, zijn, van oorsprong in elk geval, ook fel tegen de Roomse leer, en bestonden al voor dat het Protestantisme er was. Zij maakten deel uit van diverse stromingen die in de Middeleeuwen reeds zwaar vervolgd werden door de Rooms-katholieke Kerk.


Een goede start, maar...

De afkeer van Rome lijkt een zeer goede start: een terugkeer van afgoderij naar de Bijbel. En toch… De protestantse kerken zijn een net zo star systeem als Rome, alleen zonder afgodsbeelden, heiligen, e.d. Daar waar Rome de sacramenten heilsnoodzakelijk noemt, hebben ook de Protestantse kerken sacramenten. Geen zeven, maar twee, namelijk Doop en Avondmaal. Nu zijn dopen en de viering van het Avondmaal Bijbelse zaken. Maar welke invulling krijgt bijvoorbeeld de Doop als sacrament? De Protestantse kerken hebben bijvoorbeeld de kinderdoop gehandhaafd. En dan blijkt dat men de wedergeboorte koppelt aan de kinderdoop. Dus de Protestantse kerk leert dat je het sacrament van de Doop moet ondergaan, als baby, zodat je het eeuwige leven in zult kunnen gaan.  We zullen hier in een volgend deel nog wel op terugkomen. Feit is dat de Heere God in Zijn woord laat zien, wat geschreven staat in Hand. 8 : 36 – 38: “…wat verhindert mij gedoopt te worden? En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij antwoordende zeide: Ik geloof dat Jezus Christus de Zone Gods is. En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem”. De doop heeft dus niets met wedergeboorte te maken. Je komt eerst tot geloof, tot wedergeboorte, dat belijdt je en dan kun je daarvan getuigenis afleggen door de doop (1 Petr. 3 : 21). De doop is dus in elk geval niet voor een baby… Dus alleen daar al gaat er klaarblijkelijk iets niet goed...

In de serie over het Rooms-katholicisme zagen we dat Rome het priesterschap kent. Priesters die zichzelf “vader” laten noemen, en een Paus, die zichzelf ”Allerheiligste Vader” laat noemen, terwijl de Heere hier in Zijn woord heel duidelijk tegen waarschuwt (Matth. 23 : 9). Rome kent een geestelijkheid die over de leken heerst. Binnen de Protestantse kerken is dit allemaal veel minder, maar toch is ook daar sprake van een geestelijkheid. Er gaat iemand voor, die zich “dominee” laat noemen. “Dominee” komt van het Latijnse “Dominus”, wat “Heer” betekent. Ook de voorgangers in de Protestantse kerken laten zich dus aanspreken met een titel die alleen de Heere toekomt. In het Engels is “dominee” “Reverend”. Deze term komt in de King James 1611 één keer voor, en wel als Naam van God. In Psalm 111 : 9 staat geschreven: “He sent redemption unto his people: he hath commanded his covenant for ever: holy and reverend is his name”. In onze StatenBijbel staat daar geschreven: “Hij heeft Zijn volk verlossing gezonden; Hij heeft Zijn verbond in eeuwigheid geboden. Zijn Naam is heilig en vreselijk”. “Reverend”, of “vreselijk”, in de betekenis van “gevreesd”, zijn titels die de Heere toekomen, en het is niet gepast als mensen die titels dragen. 

En zo zien we hoe de Reformatie goed begon. Er was een verlangen naar Gods woorden. De Reformatie heeft de mensen zelfs Gods woorden in handen gegeven, gezuiverd en al van Roomse vervalsingen. En toch bleven de Protestantse kerken hangen in een sfeer van het “kerkelijke” instituut, verbonden met sacramenten e.d. Weliswaar scheidde men zich af van Rome, maar het lukte niet om met alles van Rome af te rekenen.


Het Calvinisme

Het is Johannes Calvijn die met zijn leer een grote stempel op het Protestantisme gedrukt heeft. En alhoewel er diverse kerken zijn binnen het Protestantisme, heeft zijn leer invloed op al die kerken. Dat wil niet zeggen dat al die kerken de leer van Calvijn geheel volgen. Daar zijn onderling weldegelijk verschillen. Maar de leer van Calvijn vindt zijn weerslag in bijvoorbeeld de “Nederlandse Geloofsbelijdenis”, die in de Gerefomeerde kerken bekend is als de “Belijdenis des Geloofs der Gereformeerde Kerken in Nederland”, maar ook in de “Heidelbergse Catechismus”. Deze beiden maken onderdeel uit van de belijdenisgeschriften van bijvoorbeeld zowel de PKN als Gereformeerde Gemeenten, om maar twee uitersten in het Protestantse landschap te noemen. 


De vijf hoofdpunten van het Calvinisme

De leer van Calvijn valt in vijf hoofdpunten te verdelen, die in het Engels wel weergegeven worden met de afkorting TULIP (in het Nederlands: tulp). Alhoewel deze naam er niet door Calvijn aan gegeven is, hanteert men deze benaming en indeling ook in Protestantse kringen.

TULIP staat voor:
Total depravity – Totale verdorvenheid van de mens.
Unconditional election – Onvoorwaardelijke verkiezing.
Limited atonement – Beperkte verzoening.
Irresistible grace – Onweerstaanbare genade.
Perseverance of the saints – Volharding van de gelovigen.


De gevolgen van de Calvinistische invloed

Kortweg zit in die vijf hoofdpunten de uitverkiezingsleer van Calvijn verwoord. Doordat mensen zelf niet tot God zouden kunnen komen vanwege de zonde, doordat er een onvoorwaardelijke uitverkiezing zou zijn, die van God uit zou gaan, zie je dat mensen in Protestantse kringen veelal geen zekerheid in het geloof hebben.”Het moet je maar gegeven zijn”, is een zin die je nog weleens hoort. Maar ook zijn mensen vaak in een afwachtende houding. Ze zijn als kindje gedoopt, maar leren dat je niet zelf de Heere Jezus kunt aannemen. Want de Heere God moet je trekken…, zegt men dan. En Hij zou immers bepaald hebben wie Hij tot zich trekt…. Want de mens heeft geen eigen wil, zegt men dan. En dat terwijl de Heere in Zijn woord laat zien dat je het Evangelie moet aannemen. In 1 Kor. 15 : 1 staat bijvoorbeeld geschreven: “VOORTS, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat” (zie ook 1 Thess. 1 : 6; 1 Tim. 1 : 15). De Heere maakt dus duidelijk dat mensen Zijn verlossing behoren aan te nemen. En dat bestaat uit het geloven met het hart dat de Heere Jezus voor je zonden gestorven en opgestaan is, en het belijden daarvan met de mond (Rom. 10 : 9 – 11). Maar als velen dat niet durven aan te nemen, omdat ze verkondigd is dat dat niet mogelijk is, dan maakt dat dat velen niet wederom geboren zijn. Ook vertrouwen velen op het feit dat ze als kindje gedoopt zijn, en dus bij de kerk horen… Net als de Rooms-katholieken worden zij van hun redding afgehouden door een systeem…

Betekent dit dat alle Protestanten verloren zijn? Nee, absoluut niet. De uitverkiezing wordt niet overal op dezelfde wijze verkondigd. En daar waar in de Protestantse kerken het Evangelie verkondigd wordt, en mensen dat met hun hart geloven en zelfs belijden met hun mond, en niet in de eerste plaats vertrouwen op de kerkelijke sacramenten, maar op hun geloof in de Heere Jezus, daar zijn zij behouden. Daar doet een kerk niets aan toe of af. Maar dan nog is men meestal niet zeker van hun behoud. Want: “het moet je maar gegeven zijn”.

In het vervolg van deze serie zullen we onder andere die vijf punten van het Calvinisme bespreken, en daarnaast ook wat andere zaken bekijken die hiermee samenhangen. Een serie waaruit opnieuw duidelijk wordt, dat ook Protestanten of Calvinisten het Evangelie der Genade Gods verkondigd moet worden. Ter redding… of tot verkrijging van zekerheid en daardoor tot verkrijging van vreugde in hun geloof in Jezus Christus.


[1]  ‘Encarta, Encyclopedie 2000, Winkler Prins’, Microsoft Corporation/Elsevier, 1993 – 1999. Zie onder ‘Luther’.
[2]  ‘The History of the New Testament Church’, Peter S. Ruckman, Ph. D., Bible Baptist Bookstore, Pensacola, USA, 1982, 1989, blz. 344.